Selecteer een pagina

Behandeling Hechting

Veilige gehechtheid wordt gezien als bepalend voor het leven, zowel voor het kinderleven als voor de relatievorming als voor het latere functioneren. Veilig gehechte kinderen hebben sensitieve ouders. Deze kinderen hebben nabijheid ervaren en vinden dat vanzelfsprekend.

Maar niet voor elk kind is het opbouwen en vasthouden van een gevoel van veiligheid en vertrouwen een vanzelfsprekendheid. Dit kan op den duur de hechting met de ouders en/of verzorgers zo negatief beïnvloeden of verstoren dat een gezonde ontwikkeling in het gedrang komt.

We zien dit bijvoorbeeld als er in het gezin vanaf jonge leeftijd al sprake is van meerdere veranderingen of ingrijpende gebeurtenissen, zoals bij misbruik, (v)echtscheiding, geweld of als ouders door hun eigen problemen of ziek zijn onvoldoende (emotioneel) beschikbaar zijn geweest. Een kind heeft dan meer moeite zich veilig en geborgen te voelen. Het contact raakt verstoord en vertrouwen vermindert; de basis valt weg. Het kind kan in reactie hierop een ambivalente wijze van contact wensen en contact weren laten zien. En het gedrag wordt gekenmerkt door teruggetrokkenheid, passiviteit en lusteloosheid. Vaak zijn er uitingen van verlatenheid en teleurstelling, van angst, boosheid en wantrouwen. Meestal spreekt een dergelijk kind negatief over zichzelf (ik ben stom, niemand vindt mij aardig, ik kan niets etc.) en zijn er weinig sociale contacten. Deze vorm van problematische gehechtheid noemen we “relationeel gestoord” omdat de problemen vooral in de relaties ervaren worden. Het kind laat te weinig basisvertrouwen zien ten aanzien van zichzelf en de ander.

We spreken van een “hechtingsgestoord” beeld als een (pleeg- of adoptie-)kind door verwaarlozing, meerdere uithuisplaatsingen, of door verblijf in een kindertehuis geen kans heeft gehad om een band met een vaste (sensitieve) opvoeder te ontwikkelen. Deze kinderen laten een achterstand in hun ontwikkeling zien zowel op motorisch, cognitief als emotioneel gebied. Gedragsmatig vallen deze kinderen op door allemansvriend-gedrag, het inwisselbaar zijn van volwassenen, onverschilligheid op het vlak van zelfverzorging en materiele zaken, en een korte aandachtspanne zich uitend in vlindergedrag, vluchtig speelgedrag.

Bij kinderen met een problematische hechting kan differentiatie- en/of fase therapie uitkomst bieden. Op een gecontroleerde en gefaseerde manier worden door je kind corrigerende ervaringen opgedaan rondom zorg, vertrouwen in anderen en denken over jezelf.