Terug naar hoofdinhoud

WRITEjunior


Traumaverwerking via schrijftherapie

WRITEjunior is een schrijftherapie voor getraumatiseerde kinderen en jongeren, waarbij het kind samen met de therapeut diens verhaal opschrijft en/of tekent.  

Door de heftigheid van het trauma is de gebeurtenis vaak niet goed in het geheugen van het kind opgeslagen, waardoor het kind er - bijvoorbeeld in de vorm van herbelevingen - nog last van heeft. Tijdens de therapie wordt het verhaal van de traumatische gebeurtenis in een veilige situatie (de therapie) “gereconstrueerd”, zodat het nu wel goed in het geheugen kan worden opgeslagen. 

Wanneer is WRITEjunior passend?

Deze schrijftherapie is geschikt voor getraumatiseerde kinderen en jongeren tussen de 4 en 18 jaar, die kampen met een Posttraumatische Stressstoornis (PTSS) of PTSS-kenmerken, waardoor ze belemmerd worden in hun functioneren. Het gaat daarbij om eenmalige traumatische gebeurtenissen zoals een ongeluk, een verkrachting, ziekte, dood van een dierbare of een natuurramp. Maar het kan ook gaan om meerdere traumatische gebeurtenissen of verlieservaringen over langere tijd. Een belangrijke voorwaarde voor WRITEjunior is dat de traumatische ervaringen zijn gestopt. 

WRITEjunior kan ook worden gebruikt voor kinderen met chronische stress, een ander soort traumatische ervaring. Dat zijn kinderen die getraumatiseerd zijn door de aanhoudende problemen in het gezin of door de persoonlijke problemen van een gezinslid, bijvoorbeeld de dagelijkse gevolgen van het opgroeien met een depressieve ouder of de impact van het gedrag van een brusje met een ziekte, ADHD of autisme. In die gevallen is de moeilijke situatie waarin het kind zit dus nog niet gestopt, want de situatie blijft bestaan en kan nieuwe trauma’s en stress veroorzaken. Deze therapie kan dan juist ook helpen om uitleg én inzicht te krijgen en om nog niet besproken thema's bespreekbaar te maken. 

Hoe werkt WRITEjunior?

In een aantal sessies wordt niet alleen het trauma en de context daarvan opgeschreven (en met jonge kinderen getekend), maar ook wordt gewerkt aan nieuwe manieren om er tegenaan te kijken en er mee om te gaan. Door het meemaken van zo een heftige gebeurtenis kan een kind ook andere, vaak negatieve gedachten krijgen over zichzelf, over andere mensen of de wereld. De therapeut gaat samen met het kind die gedachten onderzoeken, en verandert de gedachten op een meer functionele manier.  Samen met het kind wordt bekeken op welke manier hij tegen de traumatische ervaringen aan kan kijken, zodat het kind weer gevoel heeft controle over zijn leven te krijgen.

Het kind/de jongere doorloopt, aangepast aan de leeftijd, samen met de therapeut de volgende stappen:

  • W = Wat is er gebeurd? (feiten opschrijven / tekenen, verhaal structureren)  
  • R = Reacties (wat voelde je? wat dacht je? wat deed je?)
  • I = Impact (wat veranderde er daarna in jouw leven?)
  • T = Tegenkracht (wat helpt jou? wat heb je geleerd?) 
  • E = Empowerment (het verhaal herschrijven vanuit kracht of betekenis)

Samen worden deze stappen doorlopen zodat het kind weer gevoel heeft controle over zijn leven te krijgen. Het ‘boek’ dat het kind aan het eind van de behandeling over houdt is een belangrijk document om later nog eens te lezen en ook te laten lezen aan mensen die belangrijk zijn voor het kind. Hun erkenning voor wat het kind heeft doorgemaakt is een ondersteunend element in de behandeling.