Dissociatie (reptielenbrein)

Dissociëren is een overlevingsmechanisme en wordt bij getraumatiseerde kinderen vaak over het hoofd gezien. Stel je voor een kind wordt lichamelijk mishandeld. Op het moment van de mishandeling zelf kan het kind niet  ontsnappen, maar dat kan het kind wel in zijn hoofd.

Alle mensen hebben het natuurlijk vermogen om mentaal de ruimte te verlaten wanneer een gebeurtenis niet te hanteren is. Baby’s en peuter dissociëren als ze in gevaar zijn of wanneer een ervaring niet te verdragen is. Dissociatie is van vitaal belang voor jonge kinderen  die angstige situaties meemaken, het biedt ze de mogelijkheid om door te kunnen gaan en de angst te ‘overleven’.

Dissociëren is het maken van een scheiding tussen gedachten, gevoel en gedrag; en een scheiding van lichaam en brein. Het is een manier van het brein om ondraaglijke ervaringen en herinneringen in verschillende ‘hokjes’ te plaatsten. Bijvoorbeeld een kind herinnert zich een traumatische gebeurtenis, maar heeft geen emotie of gevoelens verbonden aan die ervaring; of laat misschien lastig gedrag zien maar heeft geen idee wat er achter dit gedrag zit; of heeft buikpijn, maar voelt geen onderliggende angst. De verschillende delen van deze ervaringen zijn in het brein wel verbonden, maar het kind heeft leren overleven door zich niet bewust te zijn van deze verbanden.

Een kind met een complex trauma blijft geregeld dissociëren, zelfs wanneer er geen gevaar meer is. Het brein kan het niet uitschakelen. Herinneringen zijn gefragmenteerd in heel veel kleine stukjes. Door het dissociëren kan het kind soms flashbacks van herinneringen hebben, een gevoel, emotie, gedrag en/ of fysieke pijn zonder een idee te hebben waarom of wat er getriggerd is. Het kind kan op dat moment zich gedesoriënteerd of verward voelen. Het enige wat zij op dat moment ervaren is dat er direct gevaar is.

Hoe groter de dreiging in het verleden is geweest, hoe groter de kans dat het kind dissocieert; kinderen die in voortdurend gevaar verblijven zullen om te overleven steeds meer manieren vinden om zichzelf te beschermen door te dissociëren. 

Er is een onderscheid in verschillende vormen van dissociatie; elke vorm geeft het kind unieke ervaringen. Voorbeelden zijn:

  • Geheugenverlies: geheugenproblemen t.a.v. vroeger en in hier-en-nu
  • De-realisatie: gevoel dat alles onecht is, in een droom leven
  • De-personalisatie: uit het lichaam treden, eigen gedrag, gedachten, gevoelens als niet-eigen ervaren.
  • Identiteitsverwarring: switchen tussen verschillende leeftijden, verschillende personen

 Kinderen zijn er zich vaak niet van bewust dat ze dissociëren of ‘uitschakelen’. Ze kunnen geen betekenis en vervolgens woorden geven aan wat er gebeurt. Vanuit hun perspectief zijn hun ervaringen niet anders dan van anderen. In feite is dissociëren de manier van het kinderbrein om het kind veilig te houden door het even weg te houden van waargenomen gevaar in het dagelijks leven. 

Dissociatie leidt vaak tot een reeks aan gedragingen die door volwassenen gezien kunnen worden als uitdagend, stout en/ of lui (coping). Binnen onze behandeling kijken we daarom met opvoeders en andere betrokkenen naar de betekenis van het gedrag van het kind, zodat de omgeving zich bewust wordt van gedrag dat voorkomt uit dissociatie en hoe dit dan te hanteren.