Ontwikkeling van hechting (emotiebrein)

 Kinderen die hun leven starten in een angstige of verwaarlozende omgeving en/ of weggehaald worden bij hun
ouders, passen zich aan hun omgeving aan. Al zo vroeg mogelijk (enkele maanden oud) leren kinderen dat bepaald gedrag (zoals slapen of huilen)  gevaar op afstand kan
houden; en dat ander gedrag het gevaar vergroot. Om die  redenen ontwikkelen ze een reeks aan hechtingsstrategieën.

Hechtingsstrategieën  zijn er om gevaar en kwaad te voorkomen, en de opvoeder zo dichtbij mogelijk te houden, zelfs al zijn zij de bron van het gevaar.

Onderzoek (Dr. Patricia Crittenden) heeft aangetoond dat kinderen heel slim zijn in het organiseren van hun gedrag als het gaat om gevaar; ‘Hechting is niet het probleem. Gevaar is het probleem – hechting is de oplossing’.

Getraumatiseerde kinderen hebben de neiging om een voorkeurs hechtingsstrategie te ontwikkelen. Dit kan zowel onveilig vermijdend of onveilig gepreoccupeerd zijn.

Vermijdende kinderen leren al heel vroeg dat het laten zien van je gevoelens en behoeften gevaar met zich meebrengt of ervoor zorgt dat de opvoeder zich terugtrekt. Het mantra dat ze leren is: ‘om veilig te blijven en anderen dichtbij te houden moet ik mijn eigen emoties wegdrukken en doen alsof alles oké’.Van binnen voelen zij zich angstig, kwetsbaar, waardeloos, rouwend en hopeloos, maar van buiten lijken zij opgewekt, competent en zijn zelfs soms de clown van de klas. Deze kinderen zijn meestal niet de grootste zorg voor opvoeders of hun leerkrachten omdat ze geen gedragsproblemen laten zien tot dat ze getriggerd worden door een stressvolle ervaring en ze ‘instorten’.

Gepreoccupeerde kinderen leren al heel vroeg dat ‘groots gedrag’ de enige manier is om opgemerkt te worden en om ouders/ verzorgers dichtbij te houden. Zij leren de mantra: ‘Om anderen dichtbij te houden met ik overdrijven in gedrag en emoties en moet ik zo lang mogelijk boos blijven, wan ik weet niet wanneer ik mijn ouders/ verzorgers weer terugkrijg als ik ze verlies’.

Van binnen voelen deze kinderen zich versteend, angstig, waardeloos en niet om van te houden, van buiten komen ze over als vol woede, agressief, vijandig, verstorend en onbeschoft. Deze kinderen vervallen van de ene onoplosbare crisis in de andere. Zich aan een volwassene overgeven, die deze crisis zou kunnen oplossen is te beangstigend, aangezien deze persoon misschien ook weer verdwijnt.

Kinderen passen hun gedrag aan als het gaat om gevaar. Sommige kinderen wisselen tussen de vermijdende stijl en gepreoccupeerde stijl en terug, afhankelijk van wat het beste werkt in dat specifieke moment. Dit verklaart waarom het zo vaak gebeurt dat scholen soms één kant van het kind zien en de opvoeders een totaal ander kant; dit kan zeer verwarrend zijn voor alle partijen. Binnen onze behandeling kijken we samen met de omgeving naar de verschillende hechtingsstijlen van het kind en bespreken hoe de omgeving kan aansluiten bij de onderliggende behoeften van het kind.