Zintuigelijke ontwikkeling

Het lichaam van zuigelingen en peuters slaat vanaf de zwangerschap herinneringen op in het zintuigelijk deel van het brein (het reptielenbrein). Zij hebben nog geen taal ontwikkeld om hun ervaringen te begrijpen. Om die reden zijn al hun herinneringen zintuigelijke herinneringen. De baby reageert voornamelijk vanuit zijn hersenstam – het onderste, diepste breindeel dat verantwoordelijk is voor de basale functies zoals hartslag, temperatuur en gedrag, met het doel het kind in leven te houden.

Deze zintuigelijke herinneringen zijn herinneringen voor de periode dat we taal leren (pre-verbaal) daarom noemen we deze herinneringen impliciete herinneringen. Deze herinneringen kan je op latere leeftijd niet begrijpen, oproepen of over praten.

Als een jong kind te maken krijgt met een veelheid aan overweldigende negatieve zintuigelijke ervaringen (pijn, honger, herrie, stress, kou etc) zonder dat het gerustgesteld of getroost wordt, kan het getraumatiseerd raken; het kind komt vast te zitten in een angstige en onveilige modus (in het reptielenbrein).

Hierdoor ontwikkelt het getraumatiseerde kind een constante hoog gevoeligheid voor signalen van gevaar en onveiligheid. Het kind heeft dan moeite om binnenkomende zintuigelijke ervaringen te filteren en te bepalen welke belangrijk zijn, zoals achtergrondinformatie, geluiden en texturen. Dit zorgt ervoor dat het zintuigelijk systeem van een getraumatiseerd kind snel overbelast raakt. Het kind voelt zich snel overweldigd en heeft steeds weer het gevoel dat er gevaar dreigt terwijl het volledig veilig is.  Het kind kan hierbij zintuigelijke flashbacks hebben. Dit betekent dat het kind opnieuw het lichamelijk gevoel van onmiddellijke gevaar beleeft. Het kind kan zijn eigen reacties niet begrijpen of er woorden aangeven, omdat er geen taal aan verbonden is.

Ook zien we dat het kind vaak te veel of te weinig reageert op binnenkomende zintuigelijke informatie, omdat het brein niet in staat is de balans te vinden. Hierdoor kan het kind moeite hebben om te bepalen hoeveel druk of kracht er nodig is bij bepaalde handelingen. Of het kind heeft moeite om onderscheid te maken in texturen (zoals ruw, glad, zwaar, licht etc.) en reageert hier onder- of overgevoelig op. Verder kan het ook lastig zijn om bij motorische activiteiten een goede lichamelijke balans en/of coördinatie te hebben.

Samengevat:

veel complex getraumatiseerde kinderen zijn niet in staat de angst respons (gevoel van onveiligheid) en de lichaamsreacties die hieruit voortkomen te reguleren; daarnaast kunnen zij ook moeite hebben om basale lichamelijke functies zoals hartslag, ademhaling en lichaamstemperatuur goed te regelen. Onze behandeling richt zich dan ook eerst op het stimuleren van de zintuigelijke ontwikkeling en het verminderen van de angst reacties.